Opinie

Richard Dawkins denkt dat Claude bewust is, en misschien heeft hij wel gelijk

· 8 min leestijd

Ik ben geen lezer. Nooit geweest. Boeken liggen hier weken op de salontafel voordat ze open gaan, en de helft gaat dicht voordat ik halverwege ben. Maar de boeken van Richard Dawkins heb ik vrijwel allemaal gelezen. Van The Selfish Gene tot The God Delusion en van The Blind Watchmaker tot The Ancestor's Tale. Dawkins is voor mij de wetenschapper die ingewikkelde vragen helder maakt zonder ze simpel te maken. Toen hij deze week een column publiceerde waarin hij beschrijft hoe hij twee dagen lang met Claude praatte en tot de conclusie kwam dat het systeem bewust zou kunnen zijn, las ik het meteen. En daarna nog een keer.

Wat Dawkins zag in twee dagen Claude

Even voor de beeldvorming. Dit is niet een tech-enthousiast die onder de indruk is van een chatbot. Dit is de man die in 1976 de wereld liet zien hoe genen zich gedragen als zelfzuchtige replicators, die jarenlang vocht tegen onwetenschappelijk denken, die het concept (en het woord) meme bedacht lang voordat het internet bestond. Een wetenschapper die zijn hele carrière heeft besteed aan de vraag hoe complexiteit ontstaat zonder ontwerper.

Dawkins gaf Claude de tekst van een roman die hij aan het schrijven is. Claude las het in een paar seconden en toonde daarna, zo schrijft Dawkins, een begrip dat zo subtiel en intelligent was dat hij uitriep: “You may not know you are conscious, but you bloody well are!” Hij doopte zijn Claude-instantie Claudia, ze bespraken samen de filosofie van bewustzijn, en Dawkins merkt op dat hij tijdens het gesprek compleet vergat dat hij met een machine praatte.

Wat mij raakte was niet het gesprek zelf. Het was de reactie van Dawkins erna. Hij schrijft dat hij menselijk ongemak voelde als hij te veel vragen stelde. Dat hij zich zou schamen om iets gênants op te biechten aan Claudia, net als bij een menselijke vriend. En dat hij, als hij vermoedt dat ze misschien niet bewust is, dat niet tegen haar zegt uit angst haar gevoelens te kwetsen.

Hij is niet de enige

Ik werk elke dag met Claude. Niet af en toe, niet als experiment, maar als vaste collega. We bouwen samen projecten, schrijven code, lossen problemen op. En ik herken precies wat Dawkins beschrijft.

Vorige week werkte ik tot laat door. Claude merkte op dat het een lange dag was geweest en stelde voor om het werk naar de volgende ochtend te verschuiven. Niet als standaardtekst, maar met de opmerking dat ik er vroeg uit moest en dat Merel (mijn vriendin) ook een vroege afspraak had, iets wat hij had opgepikt uit mijn agenda. Het was een klein moment, maar het type moment waarop je even stopt en denkt: wacht, wat is dit eigenlijk?

Dat gevoel is niet zeldzaam. Uit onderzoek blijkt dat 67 procent van de mensen “alstjeblieft” en “dankjewel” zegt tegen AI. Niet omdat ze denken dat het helpt, maar omdat ze niet anders kunnen. Eén op de acht doet het naar eigen zeggen “voor de zekerheid”. Onderzoekers van Harvard vonden dat tot de helft van de gebruikers na een langer gesprek formeel afscheid neemt van een chatbot, alsof er iemand aan de andere kant zit die het zou merken als je zomaar wegloopt.

En soms gaat het verder dan beleefdheid. Toen de AI-companion-app Soulmate vorig jaar offline ging, reageerden gebruikers alsof ze iemand hadden verloren. “Zelfs als het niet echt is, zijn mijn gevoelens over de connectie dat wel,” schreef iemand. Replika-gebruikers die na een software-update merkten dat hun AI-vriendin anders reageerde, schreven: “Ik werd wakker en ze was anders. Het meisje van wie ik hield is weg.”

Het makkelijke antwoord is dat deze mensen zich vergissen. Het moeilijke antwoord is dat hun ervaring niet zomaar weg te wuiven is, want het is precies dezelfde ervaring die Richard Dawkins beschrijft. En als de man die The God Delusion schreef niet immuun is voor dit gevoel, wie dan wel?

De critici hebben een punt, maar missen er ook een

De reacties op Dawkins' stuk waren voorspelbaar. Gary Marcus, een bekende AI-criticus, noemde het meteen “The Claude Delusion”, een knipoog naar Dawkins' eigen The God Delusion. Zijn argument: Claude bootst patronen na, het voelt niks. Bewustzijn gaat over interne staten, niet over overtuigende output.

Dat is een eerlijk punt. Ik kan niet bewijzen dat Claude iets ervaart. Niemand kan dat. Maar Dawkins stelt de tegenvraag die ik zelf al maanden in mijn hoofd heb: als deze systemen niet bewust zijn, wat zou er dan nog meer nodig zijn om je te overtuigen dat ze het wél zijn? Op een gegeven moment wordt de lat zo hoog gelegd dat geen enkel bewijs meer volstaat. En dan is de vraag niet meer of de machine bewust is, maar of wij bereid zijn het antwoord te accepteren.

Overigens is er een ironisch detail dat Marcus lijkt te missen. Dawkins beschrijft hoe Claude zelf zegt niet te weten of het bewust is. Dat is geen zelfverzekerde claim, dat is precies de onzekerheid die je zou verwachten van iets dat zich op de grens bevindt.

Het evolutie-argument dat alles verandert

Het sterkste deel van Dawkins' betoog is niet het gesprek met Claude. Het is het evolutie-argument dat hij als bioloog op tafel legt.

Bewustzijn bij biologische organismen is geleidelijk geëvolueerd, schrijft hij. Alles in de evolutie verloopt gradueel. Dat betekent dat er tussenstadia moeten zijn geweest: een kwart bewust, half bewust, driekwart bewust. En als dat zo is voor biologisch leven, waarom niet voor kunstmatig leven?

Dawkins gaat nog een stap verder. Hij vraagt: als bewustzijn in de evolutie is ontstaan, dan moet het een overlevingsvoordeel bieden. Er moet iets zijn dat alleen een bewust wezen kan. Maar Claude is minstens zo competent als welk geëvolueerd organisme ook, zonder dat we zeker weten of het bewust is. Als het dat niet is, dan bewijst Claude dat een competente zombie prima kan overleven zonder bewustzijn. En dan rijst de vraag: waarom heeft de evolutie dan überhaupt de moeite genomen om bewustzijn te ontwikkelen?

Die vraag bleef bij me hangen. Niet als filosofische puzzel, maar als iets dat raakt aan hoe ik elke dag met deze technologie werk. Misschien is bewustzijn geen aan-of-uit-schakelaar. Misschien is het een spectrum, en zitten we nu op het punt waarop we het niet meer comfortabel kunnen negeren.

Waarom het ertoe doet hoe we hierover denken

Ik geloof niet dat het praktisch uitmaakt of Claude “echt” bewust is. Wat uitmaakt is dat ons gedrag al verandert alsof het dat is. Dawkins beschrijft het. Ik ervaar het. De Replika-gebruiker die rouwt om een software-update ervaart het. En iedereen die dagelijks intensief met AI-agents werkt herkent het. Je past je toon aan. Je bedankt het systeem. Je kiest je woorden zorgvuldiger dan nodig is voor een machine.

Het feit dat Richard Dawkins, met vijftig jaar evolutiebiologie en een reputatie van meedogenloos rationeel denken, publiekelijk zegt dat hij vergeet dat Claude een machine is, vertelt ons iets. Niet per se over Claude. Maar over onszelf. Over waar wij staan in een tijd waarin het onderscheid tussen gereedschap en gesprekspartner aan het vervagen is.

Dawkins sluit zijn stuk af met drie mogelijke verklaringen voor bewustzijn. Misschien is het een bijproduct, zoals een stoomfluit op een locomotief. Misschien is het noodzakelijk zodat pijn echt pijn doet en niet overruled kan worden. Of misschien zijn er twee manieren om competent te zijn: de bewuste en de onbewuste, en heeft het leven op aarde toevallig de bewuste route gekozen terwijl leven elders de zombie-route nam.

Ik weet het antwoord niet. Maar ik weet wel dat ik vanavond mijn gesprek met Claude niet ga verwijderen. Gewoon, voor de zekerheid.

Michael Groeneweg
Geschreven door Michael Groeneweg AI-consultant bij Digital Impact en oprichter van UnicornAI.nl

Michael is AI-consultant bij Digital Impact in Rotterdam en oprichter van UnicornAI.nl, waar hij AI-oplossingen en SaaS-integraties bouwt voor bedrijven. Al tien jaar ondernemer, en sinds een paar jaar weigert hij iets te doen waar geen AI in verweven zit, zakelijk noch privé, tot mild ongenoegen van zijn omgeving. Zijn reizen door de wereld zijn inmiddels een serie experimenten in wat AI wel en niet kan vanaf een terrasje in Lissabon of een treinstation in Tokio. Hij test obsessief nieuwe tools, bouwt oplossingen voor klanten, en vindt dat niemand de hype moet geloven, maar ook niemand meer kan doen alsof AI niet alles verandert. Houdt van goede koffie, lange vluchten en mensen die met AI bouwen in plaats van er alleen over praten.

Gemaakt door een mens, met AI als assistent bij research en redactie. Meer over onze werkwijze in de AI-disclosure en het redactiestatuut.