Industrie

Nederland dreigt de AI-gigafactory boot te missen

· 6 min leestijd

Terwijl Finland, Duitsland en Ierland miljarden in AI-datacenters pompen, kijkt Den Haag nog altijd de kat uit de boom. Deze maand werd pijnlijk duidelijk hoe groot het gat is geworden. Nebius, met hoofdkwartier in Amsterdam maar aangelegd in Finland, kondigde een AI-fabriek aan van 2,5 gigawatt. Dat is bijna evenveel vermogen als de kerncentrale Borssele. Niet hier gebouwd. Daar.

En dat is geen toeval. Techzine meldde afgelopen week dat de Nederlandse regering een "wait-and-see" benadering hanteert, terwijl EU-partners miljardenfondsen vrijmaken. Het risico is dat Nederland straks wel de chatbots gebruikt, maar niet de infrastructuur bezit waarop ze draaien.

De gigafactory die we niet kregen

Een AI-gigafactory is geen gewoon datacenter. Een normaal colocatie-pand ligt tussen de 10 en 50 megawatt. Een gigafactory zit op honderden megawatts tot boven de gigawatt. Dat betekent een eigen hoogspanningsverbinding, een eigen koelsysteem dat een provinciestad zou doen smelten, en vaak een directe stroomdeal met een kerncentrale of offshore windpark.

De EU Commission riep in 2025 tenders uit voor vier tot vijf van zulke fabrieken in Europa. Finland, Spanje en Duitsland hadden hun business case in zes maanden klaar. Nederland hoopte op een kleinere AI-faciliteit in Groningen, goed voor een fractie van de capaciteit die Nebius nu in Finland bouwt.

Waarom Finland en Ierland wel lopen

Drie ingrediënten beslissen waar een gigafactory landt. Stroom, koeling en regelsnelheid. Finland scoort op alle drie. Overschot aan kernenergie en windstroom, een klimaat waarin natuurlijke koeling de helft van het jaar voldoende is, en een vergunningstraject dat in dertig dagen kan. Ierland idem, met het voordeel dat Microsoft, Google en AWS er al lang diepe wortels hebben.

Nederland heeft theoretisch ook de bouwstenen. Wind op zee, een dicht netwerk, Amsterdam als internet-hub die al decennia bovengemiddeld presteert. Maar de netcongestie speelt parten en de verdeling van schaarse stroom over woningbouw, industrie en datacenters is politiek explosief. Een minister die nu tekent voor een gigawatt-aansluiting krijgt morgen de oppositie op dak.

Wat dit betekent voor Nederlandse AI-bedrijven

Als jouw AI-startup in Amsterdam zit en modellen op grote schaal wil trainen, train je die nu in Helsinki of Frankfurt. Dat klinkt als een detail, maar het is structureel zorgelijk. Data die nodig is om die modellen te trainen verplaatst mee. Talent volgt daarna. En dan bouw je als klein land een economie die afhankelijk is van infrastructuur elders, terwijl je zelf de baten misloopt.

De vijf niveaus van AI-adoptie die ik eerder schetste gaan nergens over als je geen eigen compute hebt. Op niveau drie en hoger heb je serieuze inference-capaciteit nodig, en bij vier zit je al aan custom training. Dat haal je niet rond als alle GPU-racks in een ander land staan.

Waar er nog wel beweging zit

Niet alles is somber. Google investeerde in 2025 al 3,7 miljard euro in Nederlandse datacenter-uitbreiding, vooral in Eemshaven. House of Data kondigde deze week twee nieuwe Nederlandse sites aan in de regio's Amsterdam en Rotterdam, samen goed voor 12 megawatt. Dat is klein in gigafactory-termen, maar het laat zien dat de private sector wél beweegt.

En Nebius blijft officieel in Amsterdam gevestigd. Het hoofdkwartier, de R&D en de commerciële afdeling zitten hier. Alleen de daadwerkelijke fysieke infrastructuur verhuist weg. Dat is in zekere zin een herhaling van wat we met chipfabricage deden in de jaren negentig. We hebben ASML, maar de fabs zelf staan in Taiwan en Arizona.

Wat het kabinet nog kan doen

De komende zes maanden zijn cruciaal. De EU-fondsen voor gigafactories worden in najaar 2026 definitief toegewezen. Als Nederland daar mee wil doen, moet het kabinet:

  • een nationaal site-selection-beleid vaststellen dat de Noordzee-aansluiting echt vrijspeelt
  • regelgeving vereenvoudigen zodat vergunningen binnen 90 dagen rond zijn
  • expliciet optreden als co-investeerder, zoals Frankrijk en Duitsland dat wel doen
  • de AI Act-implementatie niet tegen infrastructuurpolitiek laten uitspelen

Zonder die vier stappen wordt de uitkomst voorspelbaar. Nederland blijft een prima land om AI te gebruiken, maar niet om AI te bouwen. En dat is een verschil dat de komende tien jaar zeer zichtbaar zal worden in BBP-cijfers en belastinginkomsten.

Het venster sluit sneller dan Den Haag denkt

Het concrete probleem is tempo. Elke maand die Den Haag wacht met een duidelijk besluit, verhuist een team, een contract of een investering naar een concurrerend land. De gigafactory-markt is geen rustige bouwsector, het is een landjepik-wedstrijd waar de winnaar voor decennia vastligt. De Volkskrant schreef vorige week al dat het ministerie van EZ werkt aan een plan, maar dat het kabinet pas in juni een knoop gaat doorhakken. Juni is voor deze discussie gewoon te laat.

Michael Groeneweg
Geschreven door Michael Groeneweg AI-consultant bij Digital Impact en oprichter van UnicornAI.nl

Michael is AI-consultant bij Digital Impact in Rotterdam en oprichter van UnicornAI.nl, waar hij AI-oplossingen en SaaS-integraties bouwt voor bedrijven. Al tien jaar ondernemer, en sinds een paar jaar weigert hij iets te doen waar geen AI in verweven zit, zakelijk noch prive, tot mild ongenoegen van zijn omgeving. Zijn reizen door de wereld zijn inmiddels een serie experimenten in wat AI wel en niet kan vanaf een terrasje in Lissabon of een treinstation in Tokio. Hij test obsessief nieuwe tools, bouwt oplossingen voor klanten, en vindt dat niemand de hype moet geloven, maar ook niemand meer kan doen alsof AI niet alles verandert. Houdt van goede koffie, lange vluchten en mensen die met AI bouwen in plaats van er alleen over praten.